De wederopbouw van de St.-Petruskerk na de verwoesting door de Fransen in 1677.
Soms wordt heden ten dage religieus erfgoed vernietigd door beslissingen van kerkelijke en wereldlijke overheden, omdat uit lucratieve overwegingen sloop interessanter lijkt dan een zinvolle herbestemming. In vroeger eeuwen was dat anders: een kerk moest soms verdwijnen omdat ze vervangen kon worden door een nieuwer gebouw of omdat ze tot ontzetting van de parochianen ten prooi viel aan oorlogsgeweld en vijandigheden.
Dat laatste gebeurde in Sittard met de Sint-Petruskerk in september 1677, waardoor het rampjaar voor Sittard nog rampzaliger werd. Nog droeviger was het herstel in de erop volgende tientallen jaren. De kanunniken van het Sittardse kapittel zorgden snel voor het herstel van het priesterkoor, de stad repareerde de toren en de parochianen ontfermden zich over de zijbeuken. Problematisch was het middenschip van de kerk, waarin de mensen nog vele jaren naar de blote hemel konden kijken door het ontbreken van het gewelf en de dakconstructie. In 1677 was immers een derde van het gewelf ingestort en door gebrek aan herstel kwam in februari 1682 nog eens een derde naar beneden.
De pastoor van Sittard, die voor zijn parochianen moest kunnen beschikken over het middenschip, was voor het herstel afhankelijk van de bezitters van de grote tienden, een kerkelijke belasting in natura. Deze bezitters ontvingen een tiende van de opbrengst van de akkers tussen de Limbrichterpoort en het plaatsje Limbricht. In 1677 waren de tienden in handen van het Mariakapittel van Aken (5/8) en de familie De Leerodt van kasteel Born (3/8).Vooral het kapittel van Aken weigerde in 1677 een bijdrage te leveren en dit leidde tot jarenlange juridische procedures tussen de Sittardse pastoor en Aken. In 1703-1704 werden weliswaar de gewelven en het dak hersteld, maar de juridische nasleep zou daarna nog vele jaren duren (tot 1757).
In de lezing wandelen we door het dikke dossier dat over het herstel bewaard gebleven, maar in het verleden nog nooit geanalyseerd is. Dit leidt tot verrassende ontdekkingen over de langdurige rechtzaak, maar levert ook vele interessante details over het herstel van de kerk.