Home » Verhalen » Carnaval 1901

Carnaval 1901

Gepubliceerd op 8 november 2021 om 09:34

 

De Limburgkoerier 20-02-1901

Carnaval.
SlTTARD,17 Febr. De laatste Marottezitting van dit jaar, hedennamiddag in de zaal van de heer Qaunjel gehouden, leverde het bewijs dat, ten spijt van koude en sneeuwjacht, de animo tot het vieren van een prettig carnaval niet in 't minst verzwakt. De zaal was propvol. De St, Josephsharmonie, geheel voltallig luisterde door het uitvoeren van vrolijke nummers deze zitting geheel belangeloos op. Na een opwekkenden marsch en het gebruikenlijk openingswoord van den President was het eerst aan de orde de aanbieding van den Marottestandaard, ontworpen door de hh. Kastelein en Kühnen, keurig en belangeloos uitgevoerd door Mej. Van Dijk uit Utrecht, schoonzuster van de heer Dr. Joosten, tijdelijk hier aanwezig en eenige Sittardse dames - terwijl de kosten van het geheel gedragen worden door onzen geachten afgevaardigden de Baron de Bieberstein. De heer Louis van der Heijden bood het vaandel met ongeveer de volgende toespraak aan:
“Meneer de President en heere Bestuursleede van de Marottenclub!
De heer Ch. Baron de Bieberstein, ooze geachte afgevaardigde en kantonrechter, hèt mich verzuik in zienen naom uuch deze Schtandaart te affreére. Geir könt waol denke dat ich mit alle plezeir aon dae opdrag voldoan. Et is waol neit de gewende dat degein dae ein cadeau offreïrt, al is het ouch names eimes angersch, attent maokt op de wèrde daovan, mè geer zult et mich neit koalik numme dat ich boete mien beukske om, uuch mitdeil dat de oetveuring van dit prächtig vaondel veur et meiste part et werk is van ein dame neit hie oet de schtad, die evels veul sympahie hèt veur Sittard speciaal veur de Marotteclub. Es geer heere et kunstwerk goud bekiekt, zult geer mit mich inzien dat veul kunstgeveul en engelegeduld neudig waor om zoo get te vervaerdige. Dat noe is et werk van Mej. A. van Dijk van Utrecht, op bezuik bie hèr schwager Dr. Joosten. - En hie, heere offreer ich uuch dit kunstwerk namens mien lasgever de schenker, overtuigd dat et aon gooe hejnd is toevertrouwd. Numpt et aon as ein bewies dat al eur muijte op hooge pries wurt geschteld. Perseunlijk veug ich de wunsch hie nog bie, dat et beschtuur en de lede zich nog lange, lange jaoro om dit vaendel moge vereinige in schpjas en gezelligheid,-. tot bliedschap van de heele burgerie en beschloet ich mit alle aonwezige mit mich in te schtumme in ei kräftig
hip hip hoera, - laeve de Preases. Hij aanvaarde het namens de club en besloot eveneens met het verzoek aan de aanwezigen om een 3 voudig hoch ! uit te brengen op de bewerkster, de ontwerpers en den gulle gever. Hetgeen geschiedde.
Het prachtige vaandel had veel bekijks.
In een volgend nummer zal er een nadere beschrijving van gegeven worden.
Nadat vervolgens nog enkele aangelegenheden den optocht betreffende waren besproken, deelde de voorzitter mede dat hij van uit Londen, van een vroegeren stadsgenoot een bijdrage voor den optocht had ontvangen.
Voorts dat er door twee Marotten vrienden resp. fl.15.00 en fl. 5.00 waren cadeau gegeven en het bestuur besloten had deze fl.20.00 in 2 prijzen, één fl.12,50 en een van fl.7,50 te verloten onder die groepen aan welke geen prijs zal worden toegekend. Aangenaam was zeker ook de mededeling dat alle leden der verschillende groepen die bij optocht de woning van de heer Baron de Bieberstein zouden passeeren en aldaar op 'n glas champagne zullen worden onthaald. Voorts maakte de praeses bekend dat de uitslag der jury niet voor Dinsdag zou worden medegedeeld en eindelijk nog dat door een anonymus aan het bestuur en de Eerecommissie der Marotten op Dinsdag in het Hotel de Limbourg een diner zou worden aangeboden. Na het zingen van het vastenavondliedje en het houden van een collecte voor de armen die fl.11,00 opbracht werd deze hoogst geanimeerde zitting met een woord van dank voor de talrijke

 

 

opkomst gesloten nadat nog vooraf door den heer Thissen den Praeses in warme taal was dank gebracht voor zijne voortreffelijke leiding der zittingen.
De “St. Ct.bevat het Kon. Besluit dat aan den Hoogeerw. Heer L. H. J. Rutten, deken en pastoor te Sittard verlof verleend is tot het aannemen van het hem door hem Paus geschonken kruis Pro Ecclesia et Pontifice.

Gisterenavond werd door het onlangs opgericht tooneelgezelschap, “de Sittardsche Tooneelvereeniging" eene eerste uitvoering gegeven in de zaal van den heer Nic. Martens. De ruime zaal was dicht bezet. Een groote teleurstelling was het gewis voor de vertooners dat een der heeren die in het tooneelstuk en in kleinere ensemblestukken de hoofdrol had te vervullen door een plotseling sterfgeval in zijne familie, dat eenige uren tevoren had plaatsgevonden, niet kon optreden. Gelukkig werd de heer Warnars, secretaris der vereniging bereid gevonden den heer R. te vervangen en dit in aanmerking genomen liep de voorstelling voortreffelijk van stapel. Daar het programma grootendeels uit kleine komieke voordrachten bestond, zooals het op n vastenavonduitvoering behoort, is het natuurlijk thans nog niet doenlijk dit gezelschap naar behooren te beoordeelen. Dit evenwel kan gerust geconstateerd worden dat er' zich voortreffelijke krachten onder bevinden en bij flinke leiding deze vereeniging zich tot een degelijk dilettantengezelschap zal ontwikkelen. Tot het welslagen dezer uitvoering droeg niet weinig bij het orkest uit leden van het Huzarenmuziekkorps te Venlo dat de pauze door keurige nummers aanvulde.

De pistonist verdient een bisonder woord van lof voor zijn prachtige uitvoering der Pistonpolka “Melanie” De verschillende zangnummers werden door den heer
L. Wessels begeleid die zich als steeds hierin uitmuntend van zijn taak kweet. Het vastenavondsliedje oppe wies van, Kom Carlineke' waarmede de uitvoering werd besloten werd zeer leuk door den heer J. Pfennings met orkestbegeleiding voorgedragen. Het liedje was met een aardig couplet vermeerderd, dat we hier laten volgen:

“Wat waor et vreuger ein gemak,Es me mos schtumme gaon,
De Kandedaat koum bie uuch toes Mit 'n
“katzepokkel” aan;

He vulde zelf eur breefke in,
of angersch zien agent, Trakteirde flot op schnaps en beir En stelde uuch kontent

Me noe gees te in ein schtällingske Op et Raodhoes gans apart,
Ein potlood likt dao aon ei kettiungske Maokt daomit wat wit is schwart.

Wat é leid! Wat é leid! Wat é leid!

Hababahabababa!
Vivat toch dei ouwe Keizingstied, Toe schrabde se maor raok,
En wurt fameus gekraokt,

Jao!
Vivat toch dei ouwe Keizingstied,

Toe schrabde se maor raok, En wurt fameus gekraokt,

 

 

Jao!
De uitvoering, die ten ongeveer l2 uur eindigde, werd met een prettig bal besloten

 


«   »